|
`De satire is helemaal van ons.’Zo claimt Quintilianus het genre satire als een typisch Romeinse bijdrage aan de literatuur. Als uitvinder ervan geldt de dichter Lucilius uit de tweede eeuw voor Christus.
Vanaf het begin is satire vooral een vorm van informele, persoonlijke poëzie. In elk geval is het iets anders dan de hoge genres van epos en tragedie. Lucilius geeft de satire steeds meer een specifieke, spottende vorm, waarin verheven zaken bewust worden bespot en geparodieerd.
Uit de ruim 900 bewaard gebleven fragmenten uit Lucilius’ satiren rijst een panoramisch beeld op van de Vroegromeinse wereld van zijn tijd. Maar bovenal laten ze Lucilius zelf kennen. Hij blijkt niet alleen een aartsconservatieve mopperaar maar ook een warme en innemende persoon. En als dichter kan hij nog altijd overtuigen.
Het werk van Lucilius werd nooit eerder integraal in het Nederlands vertaald. Ook dit vierde deel van de Bibliotheca Latina Archaica is tweetalig en biedt de lezer voldoende houvast om de fragmenten te kunnen lezen.
Vincent Hunink (1962) is universitair docent Latijn en Vroegchristelijk Latijn aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor Voltaire vertaalde hij eerder onder meer Ennius’ Annalen en Woeste mensenharten; de vroegste tragedies uit Rome (
www.vincenthunink.nl).
|