|
|
In 1830 breekt in Frankrijk de Julirevolutie uit en wordt Louis Philippe van Orléans tot koning uitgeroepen: de ‘burgerkoning’. Tijdens de Julimonarchie krijgt de bourgeoisie het voor het zeggen, floreren de industriële en commerciële ondernemingen én begint – na het verschijnen in 1836 van La
Presse, de eerste krant met een lage abonnementsprijs, advertenties en reclame – de onstuitbare opmars van de dag- en weekbladpers. Net als alle aankomende schrijvers uit die tijd zal Balzac aan talloze kranten en tijdschriften meewerken. In de meest uiteenlopende bladen duiken zijn politieke beschouwingen, artikelen en fysiologieën op, en tussen 1837 en 1847 levert hij La Presse ieder jaar een roman die als feuilleton wordt
gepubliceerd.
Omdat Balzac het echter op den duur beu is om afhankelijk te zijn van de bestaande bladen en hij door zijn trotse houding journalisten, uitgevers en redacteuren al snel tegen zich in het harnas jaagt, wil hij over een eigen spreekbuis beschikken en richt hij tot tweemaal toe zelf een krant op. Beide keren loopt deze onderneming op een fiasco uit. Teleurstellingen als deze en zijn slechte ervaringen met de pers maken dat Balzacs aanvankelijke
enthousiasme voor de journalistiek gaandeweg in afkeer verandert. Bovendien ziet hij maar al te goed wat voor een invloed de pers op het politieke en culturele leven heeft, hoe corrupt en partijdig ze is, hoe ze schrijvers hun talent doet verkwanselen, hoe ze alles nivelleert, hoe ze het denken gaat bepalen.
In 1843 uit hij zijn grieven in De journalisten. In dit schotschrift verdeelt hij, als in een biologieboek, het genus letterknecht in twee soorten: publicisten en critici. Aan elk van beide soorten is een helft van dit boek gewijd, waarin de ondersoorten en hun eventuele variëteiten aan bod komen. In de eerste helft worden de meeste beschrijvingen van de publicistenondersoorten- en variëteiten
geïllustreerd met een voorbeeld van de met de kleur van hun krant of tijdschrift samenhangende schrijftrant. In de tweede helft worden de criticusondersoorten- en variëteiten onder de loep genomen, en zijn hun recensies te lezen, die natuurlijk geheel aan Balzacs pen ontsproten zijn. Na lezing van De journalisten zal duidelijk zijn dat alles wat de pers – de ‘media’ – tegenwoordig wordt verweten, anderhalve eeuw geleden al
geestig en scherpzinnig door Balzac is verwoord.
|