|
|
Met zijn Boek der mirakelen, in het Latijn Dialogus miraculorum, schreef de monnik Caesarius van Heisterbach (1180-ca.1240) een werk dat in de dertiende eeuw in
Duitsland en de Nederlanden ongemeen populair was. Het bevat 746 religieuze en volkse wonderverhalen. Op de eerste plaats was het boek als stichtelijke lectuur bedoeld, maar met zijn
novellistische verteltrant wilde de schrijver ook amuseren. De ‘exempels’ zijn meestal eigentijds en dikwijls ontleend aan het leven van alledag. Caesarius beschrijft wel regelmatig gebeurtenissen die een generatie eerder hebben plaatsgevonden, maar niet die uit een ver verleden. In twee boeken van elk zes afdelingen (distinctiones)
trekt in de Dialogus miraculorum een bonte stoet mensen aan ons voorbij. Van dichtbij worden we met het leven in de cisterciënzerabdijen en kloosterhoeven of uithoven geconfronteerd. We ontmoeten goede monniken die beloond worden met bemoedigende en troostrijke visioenen, maar af en toe zien we ook zwakke broeders die moeite hebben met de strenge kloosterregels. Wonderlijke
voorvallen brengen evenwel menigeen weer op het rechte pad. Als schildering van de christelijke wereld in de dertiende eeuw is deze eerste moderne Nederlandse vertaling van de Dialogus miraculorum een cultuurhistorische goudmijn.
Prof.dr. G.J.M. Bartelink(1924), emeritus-hoogleraar in het oudchristelijk Grieks en Latijn en het middeleeuws Latijn aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, heeft een
indrukwekkend oeuvre op zijn naam staan. Bij Uitgeverij Voltaire verscheen van zijn hand De Bijbel in klank (2001) .
|