|
|
Toen in 1998 in Frankrijk de roman Le loup mongol verscheen, reageerden de critici onmiddellijk uitermate enthousiast over dit boek van de schrijver en journalist Homeric, een pseudoniem met duidelijke verwijzing naar de grootste epenschrijver van de westerse literatuur. De Mongoolse wolf is een epos: het is het heldendicht in proza over Djengis Khan (1167-1227), de stichter van een Mongools wereldrijk, die bij zijn geboorte de naam Temoedjin kreeg en zich al op jeugdige leeftijd door zijn daden ontpopte als een geducht krijger. Het verhaal, verteld door zijn trouwe vriend Bogoerdji, gaat als volgt: Het nieuws van Temoedlins heldendaden galoppeert over de steppe, en zij die hem gisteren in de steek lieten, voegen zich nu bij zijn
leger van boogschutters. Temoedjin, scherpzinnig en geduldig, heeft de intuďtie van een wolf. Bogoerdji waakt voortdurend over de grandeur van Temoedjin, de toekomstige Djengis Khan, die het grootste rijk stichtte dat de aarde ooit heeft gekend.
In twintig jaar weet Djengis Khan de Mongoolse stammen onder zijn bannier te verenigen en met zijn ongrijpbare ruiters realiseert hij vervolgens razendsnel zijn veroveringen, legers die tien keer zo groot zijn onder de voet lopend en grootmachten als China en Perzië annexerend.
Bogoerdi geeft ons inzicht in de ziel van het genie van Djengis Khan, de `gesel uit het land van Gog en Magog’, die geloofde dat hij de tegenstellingen tussen de volkeren kon overbruggen door hun één meester op te dringen. Hij maakt van dit epos tevens een liefdesroman. Naďef en trouw als hij is, leert Bogoerdji door schade en schande hoezeer de Khan, zijn bloedbroeder, van diens vrouwen en getrouwen, evenzeer als van zijn paarden,
onvoorwaardelijke loyaliteit eist.
|
NBD|Biblion:
|
Zestien jaar oud raakt een Mongoolse jongen bevriend met de even oude krijger Temoedjin, die door zijn intelligentie en intuitie een geboren leider is. Ze worden bloedbroeders en krijgsmakkers. De jongen is getuige van de groeiende aanhang van zijn vriend als steeds meer krijgers zich vanwege diens heldendaden aansluiten bij de charismatische leider. Deze wordt eerst gevraagd khan (leider) te worden van alle Mongoolse stammen. Daarna verovert hij
China, Perzie en een deel van Oost-Europa. Hij wordt als Djenghis ('Oceaan') Khan keizer van een wereldrijk, maar zijn bloedbroeder heeft hij dan niet meer nodig. De Franse journalist heeft een passie voor Mongolie. Hij schrijft, voor wie is geinteresseerd in de Oost-Europese/Aziatische geschiedenis in de twaalfde en dertiende eeuw, boeiend over de charismatische Khan en geeft een reeel beeld van diens karakter en zijn tijd. Verhaaltechnisch is het wat minder boeiend en de
verwijzing in zijn pseudoniem naar Homerus en diens epische werk (op het omslag) kan hij toch niet waar maken. De vertaling leest prettig. Grijze omslagtekening van Djenghis Khan. Winnaar van de Prix Medicis 1998.
(Biblion recensie, Drs. M.A.H. de Swart)
|
|