|
|
Paul Lafargue (1842-1911), schoonzoon van Karl Marx -- die hem spottend de laatste `bakoeninist’ noemde -- schreef zijn Le droit ŕ la paresse (1883) als reactie op de idee van het recht op arbeid.
Ongetwijfeld was Lafargue een van de meest spectaculaire en tegendraadse figuren uit de socialistische beweging van de negentiende eeuw. Het recht op luiheid is in feite geen marxistisch geschrift, want Lafargue stelt in zekere zin het proletariaat zelf verantwoordelijk voor zijn ellende en slavernij. Het houdt immers van de arbeid die het vernedert! Fel gaat Lafargue tekeer
tegen een bepaald soort, ook door het socialisme gestimuleerde arbeidsethos. Het proletariaat zou zich de resultaten van al zijn arbeid moeten toe-eigenen en op den duur met steeds minder arbeid moeten kunnen en willen leven, en genieten van de luiheid of vrije uren die ons de gelegenheid schenken het ware leven te leiden.
`O luiheid, moeder der kunsten en edele deugden, wees de balsem voor de menselijke kwellingen’, luidt de laatste zin van deze waarlijk visionaire tekst.
|