|
|
De figuur Till Eulenspiegel kwam als reizende, anticonventionele schelm al in de vijftiende eeuw voor in Duitse volksboeken. Door toedoen van de Franstalige Vlaamse schrijver Charles De Coster (1827-1879) groeide hij uit tot een artistiek motief.
In zijn in 1867 verschenen La légende d'Ulenspiegel knoopte De Coster weliswaar aan bij de volkse tradities waarin uilenspiegel als een getuige, soms boosaardige fratsenmaker wordt afgeschilderd, die het meestal gemunt heeft op de rijken en hoogmoedigen, maar naarmate het boek vordert krijgt hij een heel andere dimensie: hij wordt het Vlaamse ideaal van vrijheid en ontvoogding, van geloof in de vooruitgang en in een menswaardig bestaan.
Recensie:
Legendarische boeken worden zelden of nooit gelezen. Ze staan op de schappen van de bibliotheek. Hun personages zijn die romans allang ontvlucht. De decors en de rekwisieten van het oorspronkelijke verhaal verkommeren onder het stof en het spinrag. De helden evenwel verhuizen van het ene naar het andere boek. Hun belevenissen worden herschreven, hertaald, bewerkt voor toneel of film.
Velen kennen Gavroche, maar weinigen hebben
Victor Hugo’s Les Misérables ook gelezen.
Don Quichot,
Don Juan en zelfs de door de duivel besjoemelde Faust kennen we uit films of latere bewerkingen. Tijl Uilenspiegel, bijgestaan door zijn goedmoedige vriend Lamme Goedzak, maakt weliswaar deel uit van onze letterkundige canon, maar wie heeft La légende et les avontures héroïques, joyeuses et glorieuses d’Ulenspiegel et de Lamme Goedzak au pays de Flandres et ailleurs van Charles De Coster helemaal uitgelezen? De schalkse schelm, die zoals veel van die romanfiguren uit vroegere volksverhalen is voortgekomen, is uit De Costers boek ontsnapt.
De Coster stierf straatarm. Zijn Uilenspiegel is beroemd en berucht, maar zijn schrijver is zogoed als vergeten. De hoofdfiguur uit zijn in 1867 verschenen meesterwerk is beroemder dan zijn auteur, ja zelfs dan de roman zelf. Het is het relaas van de lotgevallen van de ‘verzetsheld’ en ‘deugniet’ Uilenspiegel. Zijn naam betekent vermoedelijk ‘kus m’n gat’, zijn kont als spiegel, want zijn fratsen ‘draaien nogal vaak om de voortbrengselen van dat gat’.
Tijl wordt in het West-Vlaamse Damme geboren, in 1527, in hetzelfde jaar en op dezelfde dag als
Filips II. In zijn boek suggereert De Coster dat eigenlijk handlangers van de katholieke vorst in 1566 de Beeldenstorm hebben uitgelokt, zodat Filips II een excuus had om de hertog Alva, ‘de bloedhertog’, met een legermacht naar de Nederlanden te sturen en er een terreurregime te vestigen. Gaandeweg leren we Uilenspiegel
kennen als dé verzetsheld tegen de Spaanse bezetting van de Nederlanden. Het boek is in het Frans geschreven, maar het geldt als het Vlaamse epos bij uitstek, waarin ‘de geest van Vlaanderen’ opborrelt: levenslust en vrijheidsdrang.
Met Uilenspiegel werd gesold: zijn avonturen werden door de katholieken – al sinds 1903 in volkse drama’s en gelijkaardige pulpromans – ‘gerecupereerd’. Plots leeft hij in de tijd van de
Franse Revolutie en bevecht Uilenspiegel de vrijzinnige sansculotten, dan weer wordt hij aan het front van de
Eerste Wereldoorlog door de Duitsers gefusilleerd, later zet ‘de eeuwige Tijl’ Vlamingen aan zich van de verfransing te ontdoen, en weer later huldigen de vrijzinnigen hún Uilenspiegel als de antikerkelijke ‘wijze schelm’ van de
Lage Landen. Belgischer kan het niet: vrijzinnig én katholiek, liberaal én socialist, een Vlaams epos dat in het Frans is geschreven.
Tijl Uilenspiegel werd in 1947 door ‘rode’
Theun de Vries vertaald (met illustraties van J. Doeve) en in 1984 door de mildere Willy Spillebeen (geïllustreerd door
Frans Masereel). Voor de nu bij Voltaire verschenen herdruk van De Vries’ vertaling maakte Peter van Hugten, in de voetsporen van Masereel, schitterende zwart-wit tekeningen.
Uilenspiegel is eindelijk weer thuis, als de rebel in het boek van Charles De Coster. In 1965 schreef
Hugo Claus op verzoek van Leidse studenten het toneelstuk De legende van Uilenspiegel en Lamme Goedzak. Schrijfster Nelleke Noordervliet tekende voor de rol van Nele. Veertig jaar later werd het stuk, ter gelegenheid van het lustrum van de universiteit, met nagenoeg
dezelfde cast heropgevoerd onder het mede door Noordervliet gekozen motto: ‘Waar bleef de rebelse tijd?’Paul Depondt
Copyright: de Volkskrant
|