|
De grote Griekse tragici staan op eenzame hoogte. Toch zijn er veel schrijvers geweest die hen wilden evenaren of overtreffen. In het oude Rome vond de tragedie al vroeg ingang. Livius Andronicus (ca. 280-ca. 200) en Naevius (ca.265-ca. 201) waren de eersten die bekende Griekse stukken voor een Romeins publiek bewerkten. In de handen van Ennius (239-169) en vooral van Pacuvius (ca.
220-ca. 130) en Accius (ca.170-ca. 84) bereikte het genre een grote bloei.
Van het werk van deze vijf vroege auteurs zijn talrijke fragnmenten bewaard gebleven. Daarin is prachtig te zien hoe de Griekse mythologie in de Romeinse cultuur is binnengehaald. Letterlijk, door een voorkeur voor verhalen zoals de val van Troje, en figuurlijk, door nadruk op Romeinse waarden zoals deugd, moed en trouw, of door een sterk retorische stijl. Er zijn zelfs stukken over Romeinse onderwerpen. Natuurlijk leggen de vijf dichters
verschillende accenten. Zo zoekt Pacuvius naar ongebruikelijke varianten van verhalen, zoals in een stuk over Odysseus, en deinst Accius niet terug voor verbaal vuurwerk.
Deze uitgave bevat alles wat bewaard is van de archaïsch-Romeinse tragedie in de originele Latijnse versie en in in dichterlijke Nederlandse vertaling, aangevuld met zorgvuldige reconstructies van de verhaallijn. Dit is de eerste Nederlandse uitgave van deze teksten. Tragedieliefhebbers kunnen hier kennismaken met vijf creatieve en boeiende Romeinse dichters in dit genre.
Vincent Hunink (1962) is universitair docent Latijn en vroegchristelijk Latijn aan de RU Nijmegen. Hij publiceert regelmatig vertalingen van Latijnse auteurs. In de Bibliotheca Latina Archaica vertaalde hij eerder Muzen bezing mij, Rome’s oudste heldendichten en Quintus Ennius’Annalen. [www.vincenthunink.nl].
|